Vuur en beweging, of: bij de Hawk ging alles anders.
Iets later dan de invoering van de Nike, werd de HAWK ingevoerd, medio jaren ’60. HAWK stond voor Homing All the Way Killer. Een kleine raket, die voor de middelgrote afstand was bedoeld, met een bereik van tussen de 20 en 25 km. Er waren twee grote verschillen met de Nike. De Hawk was speciaal ontworpen om op lage hoogte te worden ingezet, en het systeem was mobiel, het kon dus relatief eenvoudig worden verplaatst.
Binnen NATO werd afgesproken dat de Nike doelen tussen de 2500m en 30.000m hoogte zou aanvallen, terwijl de Hawk tussen grondniveau en 2500m actief zou zijn. Nederland richtte 3 Hawk groepen op, met elk 4 squadrons, althans dat was het plan. Het waren 3 GGW in Blomberg, 4 GGW in Hessisch Oldendorf en 5 GGW in Stolzenau. Toen men als laatste 5 GGW oprichtte, was het geld op, en werd 5 GGW slechts met 3 squadrons uitgerust. De reeds gebouwde 4e site in Steyerberg bleef leeg, en werd als oefenopstelling gebruikt.
Vooral 3 en 4 GGW lagen in het Weserbergland en de uitlopers daarvan, waar het behoorlijk heuvelachtig was. Het gevolg was dat de winters in dat gebied veel meer sneeuw opleverden dan bij de Nike eenheden het geval was. Een paar sites lagen boven de 300m hoogte. De sites van Stolzenau lagen meer in vlak gebied.
Het Hawk wapensysteem werkte met zgn. Doppler radars. Conventionele radars werken met pulse radars, die op lage hoogte allerlei echo’s van gebouwen, bossen en heuvels weerkaatsen, waardoor het radarplaatje onbruikbaar werd. De doppler radar van de Hawk gebruikte een constante uitzending, waardoor op de radarscope alleen bewegende zaken werden weergegeven. Dingen die stilstonden gaven in principe geen echo’s.

Dit is de rondzoekradar van de Hawk, de CWAR= Continuous Wave Acquisition Radar

En hier de doelvolgradar, de HIPIR= High power Illuminating Radar. Deze werd op het doel gericht en ‘bescheen’ het met radarenergie. De raket pikte de teruggekaatste radargolven op en vloog zo recht op het doel af. Op de achtergrond de PCP ,de commandopost van elke vuursectie. Op het dak de IFF antenne, voor identificatie van vliegtuigen.
De doppler radars gaven ook geluid weer. Ervaren operators konden aan het teruggekaatste geluid vaak horen wat voor type vliegtuig het was. Vooral in het begin deden zich wat merkwaardige verschijnselen voor. De radars waren afgesteld op een minimum snelheid van zo’n 150 km/u. Dus helikopters waren slecht waar te nemen, behalve de rotorbladen, die draaiden veel sneller, en waren goed te horen. Vaak volgde de radar een doel dat niet in de lucht was te zien. Meestal bleek dat dan de Intercity trein van Kassel naar Hannover te zijn, die met zo’n 160 km/u voorbij raasde. Ook een enkele Porsche met 200 km/u ’s nachts op de Autobahn was een attractief doel voor de radar.
Een Hawk squadron bestond uit een radarsectie met 2 rondzoekradars en 2 secties met elk 3 launchers en een eigen doelvolgradar. Per launcher lagen er 3 missiles, dus beschikte het squadron over 18 schietklare missiles, plus een reload van nog eens 18 missiles. Totaal 36 raketten (tegen de Nike met 21 tot 23 raketten per squadron). Het grote voordeel van de Hawk was, dat er meerdere raketten op een doel konden worden afgevuurd, tot wel salvo’s van 3 of 4 raketten. Het nadeel was dan dat je wel snel door je voorraadje missiles heen was. Omdat je op laagvliegende vliegtuigen moest schieten, had je relatief winig reactietijd, vandaar de mogelijkheid om verschillende raketten achter elkaar af te schieten.
Hier een Hawk Launcher met raketten.

De Hawk was ook mobiel, alles stond op vrachtwagens of aanhangwagens. In vredestijd werd gewoon vanaf de eigen site geopereerd, maar bij de eerste alarmeringen vertrokken de squadrons naar vooraf verkende locaties. Deze locaties waren behoorlijk geheim en lagen in de diverse kluizen. Twee keer per jaar moesten al deze locaties verkend worden, om te zien of er geen huizen gebouwd waren of wegen verlegd. Dat moest altijd heel geheimzinnig in burger gebeuren. Daarvoor bezat het onderdeel een aantal Duitse nummerplaten, die dan op de auto’s van de verkennende groepjes werden gezet, zodat ze niet als militaire voertuigen zichtbaar waren.

Die mobiliteit maakte alles nogal ingewikkeld, omdat je ook de verbindingen moet handhaven . Daarvoor had ieder squadron een aantal voertuigen met straalzendermasten die op verschillende heuvels moesten worden opgebouwd. De planning van zo’n verplaatsing van een GGW met 4 squadrons en een hoofdkwartier vergde uren en uren. Toch was dat regelmatig verplaatsen van de eenheid de sleutel tot overleven in de luchtoorlog, zoals ik 20 jaar later tijdens de luchtaanvallen op Servië in het kader van Operation Allied Force in 1999 meemaakte. Daar kom ik later nog uitgebreid op terug als we het over operaties in Joegoslavie hebben.
De Hawk eenheden waren nogal ver naar het oosten opgesteld, ze maakten daarom deel uit van het achtergebied van de diverse legerkorpsen die daar in oorlogstijd zouden opereren. Omdat de legerkorpsen de verplaatsingen op de grond controleren, was het nodig om de diverse GGW’s in te delen bij een legerkorps, anders zouden ze in oorlogstijd nooit aan de bak komen. 3 GGW werd ingedeeld bij het 1e Britse legerkorps, terwijl 5 GGW bij het 1e Duitse legerkorps kwam. Waar 4 GGW bij hoorde weet ik zo snel niet meer, waarschijnlijk bij het Duitse corps. Om dat goed te doen verlopen werd er altijd een ADOLT = Air Defence Operations Liaison Team bij zo’n landmachthoofdkwartier neergezet. Voor luchtverdedigingsoperaties vielen de 3 Nederlandse HAWK groepen onder het Duitse CRC (Radarstation) Auenhausen.
Ergens in de jaren ’70 werden de Hawks van de Europese landen geheel vernieuwd, de radars werden verbeterd, en ook werd er een nieuwe kleine vuurleidingscentrale ingevoerd, waarvan elk squadron er 2 kreeg. Op deze wijze konden de 2 secties van een squadron onafhankelijk van elkaar opereren, en waren ze minder kwetsbaar.
Ik weet nog dat tijdens een Taceval twee delen van een squadron elk op een verschillende locatie stonden, en beiden claimden dat ze op de goede locatie stonden, terwijl de diverse evaluators in het gras lagen te gieren van de lach. Voor het squadron niet zo leuk overigens.
Na de Defensiebegroting 1974 werd uit bezuinigingsgronden 4 GGW opgeheven. De squadrons van 3 en 5 GGW werden wat dichter naar elkaar gebracht om het ‘gat’ op te vullen, maar de waarheid was dat het aantal wapensystemen achteloos met 30% was verminderd. NATO was not amused, kan ik je vertellen.
De systemen van 4 GGW komen we later weer tegen in Nederland waar ze voor de vliegveldverdediging werden ingezet . 3 en 5 GGW bleven tot 1994 en 1995 in Duitsland, en werden daarna samengevoegd op Vliegbasis De Peel.
In het volgende tussenstukje een vergelijking in luchtfoto’s tussen Hawk, Nike en Patriot sites. Na vergelijking kun je aan de ‘footprint’ zien om wat voor systeem het het gaat. Geef me even tijd om dit voor te bereiden.
In voorbereiding heb ik nog een paar stukken over luchtoperaties boven Joegoslavië waar ik in 1994 en 1999 bij betrokken was, en nog een stukje over vliegveldverdediging.
Voor meer geleide wapenavonturen is een goed boek ‘Blazing Skies” uit 2002 ISBN 90 12 09678 2 door mijn oude vriend Rinus Nederlof . Hier en daar bij De Slegte verkrijgbaar.