Door een gecrashte computer en een dito externe harde schijf ben ik een deel van mijn oudere foto bestanden kwijtgeraakt waaronder ook wat bunkers op vliegbases – een deel heb ik gelukkig ook nog op DVD’s gezet, maar dat is een heel gezoek.
Tijdens de Luchtmachtdagen in juniheb ik nog nog wat plaatjes van shelters kunnen maken. Om je een idee te geven hoe het eruit ziet hier wat indrukken:

Vliegtuigshelter met gesloten deur, de deur klapt hydraulisch naar voren en valt in een uitsparing in het beton, zodat het vliegtuig over de deur naar buiten kan taxiën, en na de vlucht naar binnen kan worden gelierd. Zo uit mijn hoofd is de shelter ong. 12 m breed en 17-20m lang, en zo’n 5m hoog. Maar hang me niet op aan deze getallen. Links voor zit de personeelsingang. Aan de achterkant zitten zware stalen schuifdeuren die geopend worden als het vliegtuig zijn motor start, zodat hij niet alles in de shelter omblaast.

Hier een voorbeeld van een dubbele shelter, oorspronkelijk bedoeld voor tankauto’s of brandweervoertuigen. Deze shelter was gebaseerd op de afmetingen van voertuigen uit de jaren ’70 – de huidige E-1 crashtenders (-brandweervoertuigen) passen er niet meer in.
TACEVALS.
Omdat al dit mooie beton voor een groot deel door meneer NATO was betaald, en omdat de bazen van NATO een goed beeld wilden hebben van de kwaliteiten van de diverse eenheden, werden de onderdelen ongeveer 1x per jaar aan een TACEVAL = Tactische Evaluatie onderworpen. De bedoeling was dan dat de vliegbasis (of Groep Geleide Wapens, of Radarstation) tijdens een 3-4 daagse oefening liet zien hoe het met alle infrastructuur en de wapensystemen kon opereren. Voor dat geheel werd een soort van rapportcijfer gegeven. Zo’n NATO inspectieteam bestond uit een groep van tussen de 90 en 150 experts op allerlei gebied. Hierover later nog wat meer.
Het beginpunt van zo’n oefening was het plotseling alarmeren van het betreffende onderdeel. Het liefst buiten de normale diensturen, zodat men kon zien hoe snel de eenheid zijn mensen bij elkaar kon krijgen. In de praktijk bleek al snel dat het verzamelen van een groot NATO evaluatie team, met alle daarbij horende voorbereidingen niet geheim kon blijven, en daarom was de eenheid vaak al voor het begin van de oefening helemaal bemand. Om dat probleem op te lossen werd de alarmering van een onderdeel losgekoppeld van de rest van de Taceval en op een separaat moment door een klein NATO-team uitgevoerd. Dat team bestond uit een stuk of 10 of 12 NATO functionarissen. Mijn taak in dat geheel was het optreden als nationaal vertegenwoordiger ‘National Representative’ of NATREP. Ik ging met het team mee om als begeleider te zorgen dat ze het vliegveld op kwamen, en ook meteen door konden rijden naar de belangrijkste commandoposten. Ons bureau bij de Staf van het Commando Tactische Luchtstrijdkrachten was dus altijd op de hoogte wanneer er wat ging gebeuren. Twee maal per jaar werd er in Ramstein tussen de diverse landen en NATO in een vergadering een schema opgesteld, welke eenheid wanneer aan de beurt zou komen.
Daardoor ontstond er een soort kat-en-muis spel met sommige vliegbases, die af en toe ons kantoor belden om te vragen of ik volgende week aanwezig was. Zo konden ze zien of ik wellicht met een Taceval team op pad was. Onze secretaresse wist echter dat ze altijd moest zeggen dat ik volgende week gewoon op het bureau zou zijn, of dat nou waar was of niet.
Deze plotselinge ‘overval’ van een onderdeel was altijd een van de aardigste dingen om te doen, vooral omdat je bij zo’n onverwacht alarm uitstekend kon zien of de zaken goed voor elkaar waren, of dat het een onderdeel was dat wat zwak uit de verf kwam. Over het algemeen lukte het de luchtmachtonderdelen best wel om op tijd al het personeel binnen te krijgen, maar soms kostte het wel wat zweetdruppels.
Een voorbeeld, wat me nog goed voor de geest staat, al weet ik het precieze jaar niet meer, is de vliegbasis Twenthe, waar toen 2 squadrons Northrop NF5 jachtbommenwerpers waren gestationeerd 313 en 315 Squadrons. (Een squadron is een eenheid bestaande uit 18 vliegtuigen-meerdere squadrons vormen een Wing.
We hadden die week Taceval op Volkel gedaan. De laatste briefing, waarbij de scores aan de basis bekend zouden worden gemaakt, zou op zaterdagmorgen om 0900u plaatsvinden. Op vrijdagmiddag trok de Teamchief- een overigens hele aardige Canadese luitenant-kolonel- mij aan mijn mouw en zei dat wij samen nog even iets moesten bespreken. Hij vertelde dat ze een volledig onverwachte ‘overval’ op Vliegbasis Twenthe hadden voorbereid, en dat die om 13.00u op zaterdag zou plaatsvinden. Met andere woorden, daar gaat je weekend!
We spraken af dat we aan het eind van de briefing uitgebreid afscheid van elkaar zouden nemen, en dat we allemaal separaat in verschillende auto’s naar het ontmoetingspunt iets buiten Enschede zouden rijden. Om een uur of half een zette ik mijn blauwe luchtmacht Opel Corsa aan de rand van de weg aan de Oude Deventerweg neer en wachtte rustig af. Na een minuut of 10 verschenen er steeds meer auto’s met het bekende NATO kenteken.

Ik checkte alle inzittenden af, of ze over het juiste toegangsbewijs beschikten, en op onze lijst voorkwamen. Op dat moment kwam er een Volkswagenbusje langsrijden, met daarin de officier van dienst van Twenthe, die op wegwas naar de officiersmess op het Oostkamp (Prins Bernard Kamp) om daar te gaan eten. Het busje maakte een vreemde slinger van verrassing toen hij daar de hele kolonne zag staan. Op dat moment riep de Teamchief: ‘Let’s go’ en met in mijn hoofd de muziek bij de TV-serie het ’ A-team’ reden we op de verbaasde schildwacht bij de hoofdpoort af. Ik vertelde hem dat we het TACEVAL team waren en dat hij niemand mocht bellen om te zeggen dat we er waren. Er ging ook meteen een Engelse onderofficier naar de wachtcommandant toe en bleef daar , om er zeker van te zijn dat hij niemand kon waarschuwen. De Teamchief, een paar anderen en ikzelf reden dan meteen door naar de WIngops bunker, anderen reden naar de bunkers van de squadrons om daar te zien hoe lang het duurde voordat de squadrons waren bemand.
Toen ik de Wingops bunker binnenkwam herkende de dienstdoende officier mij meteen en mopperde dat het nooit goed kon zijn als ik op zaterdagmiddag opeens in ‘zijn’ bunker stond. Maar hij bood toch koffie aan. De teamchief vertelde hem dat hij nog niets hoefde te doen, maar dat de juiste NATO alarmeringen binnenkort zouden binnenkomen, en hij daarna gewoon alle acties kon nemen. Hij had nog net tijd om zijn bord leeg te eten toen alle toeters en bellen tegelijk begonnen te loeien. Het kostte die zaterdagmiddag nogal wat tijd om de hele basis bij elkaar te krijgen. Uiteindelijk lukte het om binnen 2 of 3 uur met behulp van omroepberichten in Albert Heyn en V&D het grootste deel van de basisbezetting bij elkaar te krijgen. Daarna was het een kwestie van zoveel mogelijk vliegtuigen zo snel mogelijk van bewapening te voorzien, zodat ze klaar waren voor eventuele opdrachten. Als het vereiste aantal was bereikt, dan werd de oefening getopt en kon alles weer worden opgeborgen. Meestal duurde het tussen de 6 en 12 uur om alle vliegtuigen inzetbaar te maken.
Het klinkt allemaal wat losjes, maar in werkelijkheid was de achterliggende gedachte bloedserieus. Men had in het Westen het idee dat men een aanval van het Warschau Pakt wel enige tijd van tevoren kon zien aankomen, maar niemand kon dat garanderen, vandaar dat men er van uitging dat je maar beter zo snel mogelijk gereed moest kunnen staan. Ook al omdat de luchtstrijdkrachten als eerste zouden worden ingezet.
In de volgende aflevering iets over de NATO plannen voor de verdediging van West Europa, en iets over mijn belevenissen in de bunkers te Driebergen en de bunker Erwin in Birkenfeld.